JAMAAR JAMI - Een democratie kan niet zonder een volk
Het is de eerste zondag van de maand en dat betekent: een nieuwe column van Ehsan Jami
Hoeveel culturele fragmentatie kan een democratie verdragen voordat er geen demos meer overblijft? Onze bestuurders bezweren al veertig jaar dat die vraag niet bestaat, dat wij eindeloos diverser kunnen worden en toch dezelfde politieke gemeenschap blijven. Dat is geen visie maar uitstel van executie, en de rekening gaat naar wie na ons komt.
Democratie is demos plus kratos: een volk dat zichzelf regeert. Dat volk hoeft niet dezelfde huidskleur, grootouders of god te hebben, maar het moet zichzelf als één politieke gemeenschap herkennen. Zonder die gemeenschappelijkheid rest een boekhouding van belangengroepen die eens per vier jaar komen afrekenen. John Stuart Mill, aartsvader van het liberalisme, waarschuwde in 1861 dat vrije instituties nauwelijks functioneren zonder "fellow-feeling" en een gemeenschappelijke publieke opinie. De Duitse jurist Ernst-Wolfgang Böckenförde vatte het samen: de vrije, seculiere staat leeft van voorwaarden die hij zelf niet kan garanderen. In NRC schreef ik eerder dat onbeperkte migratie en een onbeperkte verzorgingsstaat niet samen kunnen. Dat was de economische versie van het probleem. Dit is de politieke: ook een democratie kan niet onbeperkt mensen importeren zonder zich ooit af te vragen wat hen tot één demos maakt.
Verkiezingen zijn rekenkunde: wie het electoraat duurzaam verandert, verandert uiteindelijk ook de politiek en de cultuur die daaruit neerslaat. Structurele massamigratie is dus ook een constitutioneel vraagstuk: zij bepaalt mede wie morgen de soeverein vormt. Daar komt geen complot aan te pas, alleen een rekenmachine. Politici kunnen tellen, dus schuiven programma's mee, verstommen onderwerpen en ontstaan er taboes waar vroeger meningen stonden. In de eerste ronde van de Turkse presidentsverkiezingen van 2023 stemde bijna 69 procent van de opgekomen Turkse Nederlanders op Erdoğan, een man die hier nooit een stoeptegel recht heeft gelegd maar hun identiteit feilloos bespeelt. In Westminster zitten sinds 2024 vier onafhankelijke parlementariërs die Labour versloegen met Gaza als inzet: een oorlog duizenden kilometers verderop woog zwaarder dan de wachtlijst in het ziekenhuis om de hoek. Ook elders zie je hoe die groepslogica de politiek binnendringt. De Amerikaanse congreskandidaat Melissa Chaudhry verklaarde deze zomer dat zij homorechten steunt, maar die steun bewust niet op haar campagnewebsite zette. Waarom niet? Omdat, zei ze, “veel moslims daar helaas niet zo over denken”. Wie dat integratie noemt, mag het woordenboek erbij pakken. Ik noem het diasporademocratie.
Op verjaardagen, ergens tussen de bitterballen en het tweede glas wijn, krijg ik steevast Amerika tegengeworpen: ook een immigratieland, en het werkt toch? Het antwoord gaf Margaret Thatcher al: Amerika is op een idee gebouwd, Europese naties zijn producten van de geschiedenis. De Verenigde Staten hebben zichzelf op papier uitgevonden; wie Amerikaan wordt, legt een eed af en treedt toe tot een credo. Europa vraagt iets moeilijkers: toetreden tot een geschiedenis. Onze naties groeiden uit taal en bodem, kerkvolksstrijd, oorlog en veroverde vrijheden. Nederland is niet opgericht bij de notaris; het is bevochten op het water en tegenover Filips II. Een buitenstaander kán Nederlander worden, maar Nederlanderschap is meer dan een arbeidsmarkt en een DigiD. Wie hier komt, stapt een bewoond huis binnen. Van hem mag meer worden gevraagd dan wetsgetrouwheid: de taal, de omgangsvormen en het tolereren dat anderen alles wat hem heilig is belachelijk mogen maken.
Daar ging het Nederlandse beleid de mist in met het decennialange adagium van integratie met behoud van eigen identiteit. Het klonk beschaafd, maar welke identiteit moet wijken wanneer normen botsen? Integreren met volledig behoud van eigen identiteit is ongeveer hetzelfde als zwemmen met behoud van droge kleren. Wie die aanpassing niet durft te vragen, houdt geen pluriforme democratie over. Wat rest is een archipel. Verschil hoeft een samenleving niet te verzwakken. Het wordt pas gevaarlijk wanneer groepen ophouden zich onderdeel van hetzelfde geheel te voelen. Een democratie kan tientallen herkomsten, talen en religies verdragen zolang daarboven een sterker politiek "wij" bestaat. Zodra dat "wij" wegvalt, telt niet langer wat je vindt maar wat je bent. Een land zonder gedeeld volk heeft steeds meer scheidsrechters nodig om botsende gemeenschappen in het gareel te houden. Zo verandert de multiculturele staat langzaam in een stelsel waarin de overheid vooral conflicten beheerst, gevoelige onderwerpen ontwijkt en vrijheden inperkt zodra de onderlinge vrede daarom vraagt.
De contouren tekenen zich al af. Theo van Gogh werd vermoord omdat hij de islam bespotte. Zestien jaar later moest een leraar van het Rotterdamse Emmauscollege onderduiken vanwege een spotprent in zijn lokaal. Rond diezelfde tijd tekenden ruim honderdduizend mensen een petitie om het beledigen van de profeet buiten de vrijheid van meningsuiting te plaatsen. Zelfs Arjen Lubach, bepaald geen roekeloze provocateur, maakt naar eigen zeggen geen grappen over de islam: een uitzending vol Mohammed-cartoons zou verhuizen betekenen en levenslange beveiliging. Lees die zin nog eens. De wet verbiedt hem niets; de dreiging doet het werk dat vroeger de censor deed. Geslaagde pluriformiteit is het niet. Het is eerder een wapenstilstand, met voorwaarden die per onderwerp, per groep en per wijk worden bijgesteld.
Het laatste redmiddel van de multiculturalist heet "grondwetspatriottisme" (theoretisch uitgewerkt door Jürgen Habermas): wij vinden elkaar wel in procedures en grondrechten. Dat is absoluut noodzakelijk, maar zeker niet voldoende. Niemand rent een brandend huis in voor artikel 1. Loyaliteit groeit uit een thuis, uit herinnering, taal en de trage zekerheid dat je buurman misschien anders eruitziet, bidt en eet, maar hetzelfde politieke huis wil bewonen. Die zekerheid verdampt wanneer een samenleving uiteenvalt in gemeenschappen die elkaar steeds minder begrijpen en slechts beleefd ontwijken. Vertrouwen en loyaliteit laten zich niet afdwingen bij wet, niet kweken met subsidie en niet invliegen via Schiphol.
Dus we moeten kiezen. De democratie heeft een prijs: grenzen die grenzen zijn, migratie die wij selecteren in plaats van ondergaan, een omvang die integratie mogelijk maakt en de onbeschaamde eis van aanpassing aan onze taal, de dominante cultuur, onze rechtsorde en onze vrijheid om alles te bespotten, ook uw god. De multiculturele staat mag ook, maar wees dan eerlijk over het prijskaartje: verkiezingen ontaarden in etnische en religieuze volkstellingen. Vrijheden sneuvelen voor de lieve vrede, en burgers zien elkaar op den duur eerder als vertegenwoordigers van groepen dan als landgenoten.
Wat niet kan, is onbeperkte fragmentatie én onbeperkte gemeenschappelijkheid beloven. Wie beide belooft, liegt of kan niet tellen, en eerlijk gezegd weet ik niet welke van de twee erger is voor een politicus. Een beschaving die weigert te kiezen, kiest uiteindelijk tegen haar eigen samenhang. De stembussen staan er over vijftig jaar heus nog wel. De vraag is of er dan nog een volk is dat er iets gemeenschappelijks in te stoppen heeft.
Reaguursels
Dit wil je ook lezen
Douwe Egberts Podcast vraagt zich af: "Komt de democratie wereldwijd in het nauw?"
ja nederlandje dit is waar we inmiddels aanbeland zijn
DEMOCRATIE! Nigel Farage wint verkiezingen van Prullenbakhoofd
Feestje van de totale zotheid
JAMAAR JAMI - Het land dat alles regelt, behalve vooruitgang
Het is weer: de eerste zondag van de maand. Tijd voor aflevering 3 alweer van onze columnist Ehsan Jami
Ook al niet meer om de hoek: uw wethouder
Dat blijkt de burger hartstikke stom te vinden
NIEUWE MAANDELIJKSE COLUMNIST GEENSTIJL. Ehsan Jami - Wat ons Nederlanders maakt
Wie hier leeft, kan zich niet permanent buiten het nationale verhaal plaatsen
Ehsan Jami - Ik had gelijk. En toch zat ik fout!
Opinie Ehsan Jami (promovendus aan Universiteit Leiden, faculteit bestuurskunde)
