Arthur van Amerongen - Ik hou van Argentijnse voetballers want dat zijn pas echte kerels
Soep van de Week, tevens stamcafé
Toen de eerste intifada uitbrak, studeerde ik aan de prestigieuze Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Studeren is een groot woord, want ik zat vooral bier te hijsen op het gras van de campus, bij voorkeur met "academische" drinkebroers uit Nigeria en Ghana. De Israëlische studenten (Joods, Palestijns) zopen niet, maar zaten de hele dag te blokken in de bieb. En dan had je nog de Argentijnen. Die werden door hun ouders een jaar naar Israël gestuurd en volgden het one year program. Party hard! De meisjes waren krols en luidruchtig, zoals het echte latina's betaamt, en de Zuid-Amerikaanse feestjes in de dorms waren geweldig.
Ik hoorde toen voor het eerst de heerlijke pokkeherrie van Soda Stereo, Charly García, Patricio Rey y sus Redonditos de Ricota en Los Fabulosos Cadillacs. Ik wist tot dan toe niks van Argentijnen, dat waren een soort aliens van een andere planeet. Ja, je had die gore, dure vreetschuren van Los Gauchos, en er was natuurlijk die traumatische WK-finale, negen jaar eerder. En nog dieper in mijn onderbewustzijn spookte de wedstrijd om de Wereldcup tussen Feyenoord en de bloeddorstige schoppers van Estudiantes.
Wat ik mij totaal niet herinner: de wereldbekerfinale in 1969 tussen Estudiantes AC Milan. Bij De Voetbalarchivaris (Facebook) las ik dit mooie verhaaltje van Herman Van Tongerlo:
In de heenwedstrijd waren de Italianen superieur. Wonnen met 3-0. Het was een agressieve wedstrijd. Dan wel van Argentijnse kant. Geschopt en gescholden werd er. Vooral tegen de Fransman Nestor Combin, In Argentinië geboren. Die werd landverrader genoemd. Het was pas het begin.
In de terugwedstrijd werd topscorer Pierino Prati na 3 minuten al bewusteloos geslagen. De Argentijnen beseften dat ze kansloos waren. Toen de sterspeler Gianni Rivera geblesseerd op de grond lag, trapte de doelman van Estudiantes Poletti hem nog even tegen het hoofd.
Toen Rivera scoorde wilde Combin zijn ploeggenoot feliciteren maar zover kwam het niet. Aguirre Suárez stampte hem zo hard dat hij tien minuten bewusteloos op de grond lag. Estudiantes won met 2-1 maar de beker ging naar Milan, echter waren de spelers zo geïntimideerd dat ze de beker niet eens durfden ophalen.
Het jaar erop speelde Feyenoord de Wereldcupfinale. Ook tegen Estudiantes. Weer werden het schoppartijen van Argentijnse kant. Met als voorbeeld het incident na de goal van Joop van Daele. Hij speelde met een brilletje dat na het gescoorde doelpunt van zijn hoofd werd geplukt, en kapot gestampt door zijn tegenstander. Feijenoord werd toch wereldkampioen.
In 1971 weigerde Ajax deel te nemen aan de Wereldbeker voor clubteams na het winnen van de Europacup I. De tegenstander zou het Uruguayaanse Nacional zijn geweest, net zo’n bende schoppers als Estudiantes (en het huidige Argentijnse team).
Ajax gaf als reden vooral het zware wedstrijdprogramma en de bezwaren tegen de reis en de schimmige organisatie. Panathinaikos, de verliezend finalist van de Europacup, nam de plaats van Ajax in. In 1972 speelde Ajax wél tegen het Argentijnse Independiente en won de Wereldbeker: 1-1 in Argentinië en 3-0 in Amsterdam.
Mijn vleselijke kennismaking met Argentijnse studentes was zeer heilzaam (wie sagt man Wiedergutmachung in het Spaans?) en dat smaakte naar meer. Mettertijd verdiepte ik mij meer in de Argentijnse cultuur, de meest hoogstaande en fascinerendste van Zuid-Amerika (met Brazilië als goede tweede). Tijdens mijn tropenjaren in Paraguay vloog ik regelmatig naar Buenos Aires om cultuur te snuiven. Vanuit Asunción bezien is Buenos Aires een walhalla, al blijft het een beetje een aggenebbisj mix van Spanje en Italië, een megalomaan bastaardkindje van moedersteden als Rome en Napels, en oorden in Baskenland. Het wemelt van de Baskische familienamen in Argentinië (hoi Máxima) en dat doet mij meteen denken aan de spijkerharde voetballer Andoni Goikoetxea, alias De Slager van Bilbao.
Ik kocht dan stapels boeken bij El Ateneo Grand Splendid, een voormalige theaterzaal uit 1919. National Geographic noemde het de mooiste boekhandel ter wereld.
Mijn Argentijnse lievelingsboek is El Tunel van Ernesto Sabato. Met Jorge Luis Borges, Julio Cortazar en Roberto Arlt de absolute top 4 van Argentijnse schrijvers. De Tunnel inspireerde Albert Camus tot l'Étranger. Ik herlees het boek nog vaak. De Nederlandse vertaling is te koop bij Bol. Arlt (1900–1942) is geweldig. Zijn korte verhalen en schetsen zijn rauw en absurd. Hij schreef onder meer El jorobadito (De gebochelde, 1933), Viaje terrible (1941) en Aguafuertes porteñas, zijn beroemde journalistieke schetsen over Buenos Aires.
In Paraguay had ik veel Argentijnse vrienden. Ze waren vaak werkzaam in de media of op de universiteiten. Mijn beste vriend was radiomaker Oscar Boubée (que descanse en paz y que su memoria sea una bendición). Zijn beste vriend was Wenceslao, een hondsbrutale sjacheraar uit Buenos Aires. Een echte Porteño. Oscar kwam uit het provinciestadje Azul, en zuiger Wence maakte daar de hele dag door grappen over. De Porteños zijn de Amsterdammers van Argentinië. Iedereen haat ze. En heel Zuid-Amerika haat Argentijnen. En heel de wereld haat sinds de finale afgelopen zondag Argentinië. Ze doen het er om!
Jongeren uit Buenos Aires zijn een soort sprinkhanen die zich over het hele continent verspreiden. Een bijbelse plaag. Ze zijn strontvervelend en bijdehand. Uitvreters, stinkhippies. Ik kon ze wel doodschieten in Copacabana, de grootste stad aan het Titicacameer in Bolivia. De meisjes zijn trouwens wel lekker, zolang ze geen blauw haar hebben en schroeven door alle mogelijke lichaamsdelen.
Van Oscarito en Wence leerde ik lunfardo, het hoeren- en dieventaaltje van Buenos Aires. Het ontstond in de late 19e en vroege 20e eeuw in de volksbuurten van Buenos Aires en werd beroemd door de tango. Ach, die geweldige Argentijnse muziek…! Ik was in Buenos Aires toen Mercedes Sosa, alias La Negra, doodging. Honderdduizenden mensen op straat in Buenos Aires, ketelmuziek op potten en pannen. Ik schiet nog steeds vol als ik dit nummer hoor.
Buenos Aires is voor mij vooral ook Maradona, de beste voetballer aller tijden. Doe deze wandeling als je er bent. Een paar keer per jaar kijk ik naar de ontroerende documentaire van held Emir Kusturica over Maradona (mijn goede vriend Leo Wery deed de productie). En van dit liedje van Manu Chao krijg ik steeds weer kippenvel, en vooral als Maradona volschiet. Dit geweldige nummer van de helaas te vroeg overleden Rodrigo is nog heftiger! Kijk dan naar de vrouw en kinderen van Maradona, hoe schattig, hoe aandoenlijk!
Ik had het moeilijk dit WK, als publieke closet fan van Argentinië. Maar op de een of andere manier voel ik me verbonden met het land, dat ik doorkruiste van de Andes en van Salta in het noorden, via de pampas naar Patagonië en Vuurland. Op Vuurland zat ik een maand vast omdat er een vulkaanuitbarsting was in Chili. Leest dat maar in Mambo Jambo.
Natuurlijk moest Argentinië dat fucking WK winnen, want de Mossad, de Wijzen van Zion en de honderdduizenden joden in Buenos Aires hebben dat zo gewild, als je de oerdomme mohammedaanse fans van landen als Egypte en Marokko moet geloven. Maar kennelijk betaalden de joden toch te weinig aan de FIFA. Leandro Paredes heeft trouwens een Paraguayaanse moeder, en dat zegt wel iets over zijn onverbiddelijke inzet en spelvreugde.
Ach, had Oranje maar iets van dat woeste van de ploeg van Argentinië. Maar nee, onze ballerina’s en primadonna’s wonnen de fairplay cup. Doe mij maar Van Bommel en Wouter Goes, die hebben tenminste Zuid-Amerikaans temperament en zijn bikkelhard als het moet/moest. Ik geef de lezer meteen even een lijstje van mijn favoriete Argentijnse voetballers, met dank mede aan deze blog:
Antonio Rattin
De Argentijn dankt zijn beruchtheid vooral aan zijn onvergetelijke optreden tijdens het WK 1966 in Engeland. In de kwartfinale tegen het gastland werd Rattín door de scheidsrechter weggestuurd. We kijken even naar de beelden. Dat weigerde Rattín en dat had bizarre taferelen tot gevolg. Na tien minuten en met behulp van stewards kon Rattín met harde hand van het veld worden ‘geholpen’. Dat Rattín demonstratief op de rode loper, exclusief voor de Queen bestemd, ging zitten, zette veel kwaad bloed bij de Engelsen. Rattín wordt gezien als de aanstichter van de enorme rivaliteit tussen Argentinië en Engeland, nog steeds een van de meest beladen wedstrijdaffiches. Het protest van Rattín bewoog de FIFA ertoe het systeem van gele en rode kaarten in te voeren.
Juan Esnáider
Deze Argentijnse aanvaller gold halverwege de jaren ’90 tot een spits van wereldformaat. Op het hoogtepunt van zijn roem speelde de kopsterke en technische speler voor de Spaanse kampioen Atlético Madrid. Dat team met spelers als Diego Simeone, Kiko, Santi en Gelí stond bekend als uiterst ontvlambaar en bikkelhard. In de kwartfinale van de Champions League tegen Ajax mocht Esnáider aanleggen voor een penalty. Van der Sar redde echter en Esnáider maakte een van de meest smerige tackles ooit op Richard Witschge, die de afgevallen bal wilde wegschieten. Het mag een mirakel heten dat Esnáider slechts geel kreeg. Coach Antic wisselde de heetgebakerde spits uit voorzorg en dat leidde helemaal tot kortsluiting bij Esnáider. Scheldend, spugend en gebarend sjouwde hij het veld af en moest door spelers tegengehouden worden om zijn coach niet naar de keel te vliegen. Een dag later stond Esnáider op de transferlijst.
Osvaldo Zubeldia
In de jaren ’40 en ’50 was Osvaldo Zubeldia een tactisch en technisch onderlegde middenvelder voor Vélez Sarsfield en Boca Juniors. Als trainer van Estudiantes de La Plata tussen 1965 en 1970 echter des te meer. Zubeldia boetseerde een jeugdelftal tot ‘la tercera qua mata’ (de moordgozers) en won nationale en internationale prijzen. Het elftal van Estudiantes staat - vraag maar aan Feyenoord - bekend als een van de meest onsportieve teams aller tijden. Intimidatie, doping, gewelddadige tackles, ellebogen, maar ook noviteiten als de ingestudeerde vrije trap, tijdrekken en de buitenspelval: weinig was er aan gelegen om de prijzen aan elkaar te rijgen. Zubeldia’s manier van voetballen kreeg als eerste het predicaat antivoetbal.
En dan zijn er nog Daniel Passarella, Oscar Ruggeri, Héctor Enrique, Javier Mascherano, Diego Simeone, Carlos Tévez, Pablo Guiñazú Javier Zanetti, Carlos Bilardo en de legendarische Emiliano “Dibu” Martínez. Echte kerels, waarmee je dus wereldkampioen kan worden.
Ik was voor het laatst in Argentinië toen ik met Rob Muntz en Willem Davids de Dakar Rally deed voor Radio 1 en Spits. Hier kunt u luisteren, en dit schreef GeenStijl. Ik mis dat magische land, waarover de Poolse schrijver Witold Gombrowicz schreef: “Argentina is a country where everything is possible, but nothing is easy.” En deze is nog beter, van Jorge Luis Borges: “Olvidadizo de que ya lo era, me propuse ser argentino.” “Vergetend dat ik het al was, nam ik me voor Argentijn te worden.”
Ik sluit af met deze ontroerende beelden, van een jonge Tuur en een jonge Muntz in Buenos Aires
Reaguursels
Dit wil je ook lezen
Nee AD, de Spaanse voetbalbond heeft Trump niet uit de juichfoto gefotoshopt
Het was gewoon een paar seconden later
NEDERLAND ALSNOG KAMPIOEN OP HET WK
(van het Fair Play klassement)
Arthur van Amerongen - Komkommertijdkutverhaaltjes in de Halsemabode
Soep van de Week - tevens StamCafé
Spanje naar de finale! Fransen uitzwaaien in het StamCafé
Battle of the Vakantielanden
EUSSR-oekaze: falderappes mag niet langer op vliegvakantie naar het zonnige zuiden
Soep van de Week door Arthur van Amerongen, tevens: Stamcafé

