Opinions are like arseholes. Everybody has one, and they all stink
Soep van de Week in Het StamCafé

door Arthur van Amerongen
Tijdens het avondmaal bij mijn opa - een notabele met dictatoriale trekjes - moest ik mijn muil houden. “Kinderen mogen pas praten als de kippetjes plassen”, zei hij altoos. Ik had geen idee wat dat betekende maar het klonk onheilspellend. Google kent de uitdrukking niet. Na het eten spelde hij De Rotterdammer (later opgegaan in Trouw), en met name de opiniestukken van hoogleraren van de Vrije Universiteit. De hoogtepunten las hij voor aan oma en aan mij. Op zondag om 1 uur zat die ouwe aan de radio gekluisterd want dan besprak G.B.J. Hiltermann De toestand in de wereld in AVRO's Radiojournaal. Als ik dan mijn waffel opentrok, kreeg ik een muilpeer.
Dat trauma heb ik verwerkt in mijn alter ego G.H.B. Hiltermann. Op verjaardagsfeestjes bij mijn grootouders zaten de broers van mijn moeder in een kring, rond een tafel met sigaretten in glaasjes, en verkondigden zij na iets teveel van oma’s advocaat te hebben geslobberd, luidruchtig hun kijk op de wereld en wederom zat ik zwijgend bij. Uit die tijd stamt mijn gruwelijke aversie tegen meningen. Tijdens mijn studie was ik corrector bij Het Financieele Dagblad, dat toen in een kantoortuin aan de Wibautstraat zetelde. De diverse redacties waren eilandjes en de inwisselbare inktkoelies - allen lijdend aan het sick building syndrome - riepen om het uur op tot een vergadering, hetgeen inhield dat de tiepgeiten bespraken wat ze in gezaghebbende buitenlandse kranten hadden gelezen. De meningen van commentatoren in Het Handelsblatt en The Financial Times verwerkten deze waterkoelerridders slinks in hun eigen schrijfsels.
Ik bespeurde bij deze replicanten in hun muffe echokamer dezelfde weerzin als destijds in het huis van mijn grootvader. Toen ik na mijn studie bij de Groene Amsterdammer begon, beoefende ik alle vormen van journalistiek, maar weigerde ik commentaren te schrijven. Ik kon dat eenvoudigweg niet, omdat ik mijzelf niet serieus nam en bovendien vereiste een stukje van een paar honderd woorden veel te veel research. Daarom was ik een fan van gonzo-journalistiek: verhaaltjes die louter op eigen waarneming gestoeld zijn en als het even kan zonder bronvermelding. Lange-halen-gauw-thuis!
Hip hip hooray, it’s Ramadan Time! Heel Holland vast!
Soep van de Week in Het StamCafé

door Arthur van Amerongen (wel op de foto)
Tijdens het schrijven van Brussel Eurabia volgde ik enige tijd een opleiding voor godsdienstonderwijzer bij de Khairya-academie in de knusse, diverse volkswijk Anderlecht, bekend van Paul van Himst, alias De Blanke Pelé, Jan Mulder (vriend van de show) en naffers die elkaar om zeep helpen met machinegeweren.
Op het veredelde ROC, dat later werd omgedoopt (excusez le mot) tot Al Mizan, Academie Islamique de Bruxelles, was ik samen met een moddervette, oerdomme roomblanke Waal de enige tintloze.
Op de introductie-avond vroeg Jerommeke aan mij: “Ben je moslim?” Ik vertelde hem dat ik mij had ingeschreven bij de Grote Moskee van Brussel, die bekeringscertificaten verstrekte. “Dan kan ik je dus ook niet begroeten als een moslim”, zei de vetklomp plechtig terwijl hij aan zijn vieze vlasbaard trok.
Toen ik op een avond een T-shirt droeg met het opschrift FBI New York - dat ik voor 5 euro op de vlooienmarkt op het Vossenplein had gekocht - reageerde hij woedend: “Zoiets trek je toch niet aan hier, na 11 september.”
Op een avond deelde hij kopieën van de Protocollen van de Wijzen van Zion uit tijdens de les. Hij had het document van het internet geplukt en zei dat het boordevol boeiende informatie stond over de joden. Ik heb de naam van deze aanwinst voor de Ware Religie later nog eens gekoekelt, want wellicht was hij gesneuveld op de jachtvelden van Islamitische Staat maar de kans dat hij gestikt was in een mitraillette, de Belgische versie van onze kapsalon, leek mij groter.
Tijdens de vastenmaand Ramadan werd het op de een of andere manier een stuk knusser op het armetierige schooltje. De “studenten” waren blijmoedig en opgewonden en iedereen nam hapjes mee voor de iftar. Je kan veel zeggen over Marokkanen, maar potjandorie: wat kunnen ze lekker koken!
Ik was nog helemaal in mijn Brussel Eurabia-modus en ik vond het Ramadan-sfeertje wel wat hebben.
Het dunste boekje van de wereld: mohammedaanse humor
Gerecenseerd door lachebekje Lamyae Aharouay
(Tevens StamCafé)

door Arthur van Amerongen
Jajajajaja, beste mensen, wat hebben we vorige week weer gelachen met Lamyae Aharouay, de politiek verslaggever van NRC Handelsblad die klassiek geworden sketches van het Simplisties Verbond een halve eeuw later langs de populismemeetlat legde. De onderbuikgevoelens waaraan Koot en Bie volgens Aharouay appeleerden, werden vervolgens geduid voor roomblanke, dementerende, gefossiliseerde boomers van de VPRO en Trouw en anderhalve moslim (Abdelkader BenAli) en een paardenkop (Aaf). Het was alsof Tijs van den Brink extreme porno uitlegt aan huisvrouwen in Staphorst, al gaat die vergelijking eigenlijk mank omdat ik zowel het boegbeeld van de EO als de dames in zwarte kousen zeker niet onderschat als het om ongebreidelde geile fantasieën gaat en de verwezenlijking daarvan, al dan niet in de bosschages op een HOP, of in de hooiberg en de hengstenstal.
Jammer overigens dat Lamyae Aharouay, vriendin van de show, deze klassieker van Koot en Bie over de chrislam niet heeft geduid!