Arthur van Amerongen - Subsidiespons van kleur John Leerdam: net zo goochem als-ie slank is
Soep van de Week in het StamCafé
Ik ga er gevoeglijk van uit dat het Nationaal Slavernijmuseum in 2033 nog altijd niet geopend zal zijn, dat er tegen die tijd niettemin een prijskaartje van minstens 200 miljoen euro aan hangt en dat John Leerdam met stille tamtam zal zijn vertrokken. Uiteindelijk zal er een parlementaire enquête komen, want het gaat hier tenslotte om publiek geld. Een train wreck in slow motion. De betrokkenen zullen elkaar de tent uitvechten, zoals we eerder al zagen bij de verdeling van de ‘Urban-gelden’ (de Europese miljoenen voor de stedelijke vernieuwing van de Bijlmer), het gedoe rond ene R. Speear (coördinator van de buurtconciërges van het Bijlmerplein en voorzitter van het Bijlmer-filiaal van D66), de affaire rond Hannah Belliot en de subsidiecultuur in kleurrijk Amsterdam in het algemeen.
En toen het kabinet in december 2022 in totaal € 200 miljoen beschikbaar stelde voor “erkenning, bewustwording en herstel” vlogen de diverse vertegenwoordigers van kleur elkaar ook meteen in de haren.
200 miljoen is natuurlijk een fooi, want Armand Zunder, Surinaams econoom en historicus, pleitte voor omvangrijke herstelbetalingen en noemde een bedrag van minstens 20 miljard euro. Yesi! A bun! De voorzitter van de Nationale Reparatiecommissie was het totaal niet eens met Femske Halsema die tegenover de Ware Tijd erkende dat Amsterdam een cruciale rol heeft gespeeld in de slavernij en slavenhandel, maar dat de Stopera nog lang niet bezig is met herstelbetalingen.
Zunder: “Wat men hier heeft uitgericht in de periode van de Nederlandse bezetting is onvoorstelbaar. Ze hebben miljarden uit Suriname gehaald en mevrouw wil niet praten over herstelbetaling?” windt hij zich op. “Geen duizenden of miljoenen, nee miljarden heeft Amsterdam uit Suriname geperst. En dat is ten koste gegaan van bloed, zweet en tranen van de inheemsen en daarna van de blakaman.”
Meneer Zunder zou moeten weten dat Mokum sowieso krenterig is op het gebied van herstellingbetalingen, want de tegemoetkoming aan de Joodse gemeenschap bedroeg 25 miljoen euro, en dan al 75 jaar na de oorlog! Het GVB ontving van de nazi’s 9.000 gulden van de nazi's voor het vervoer van gedeporteerde Joden. In 2024 besloot de Stopera daarom, maar liefst 100.000 eurootjes beschikbaar te stellen aan het Centraal Joods Overleg. Dat was nadrukkelijk bedoeld als teruggave van het tijdens de deportaties verdiende geld, niet als schadevergoeding. Dus de tot slaaf gemaakten in Amsterdam kunnen vermoedelijk wachten tot ze een ons wegen, wat in het geval van John Leerdam niet zo slecht zou zijn.
Ik had al een poosje niet aan die gezellige dikzak gedacht, tot ik de afgelopen week een “interview” met hem zag in Trouw, de zwartste krant van Nederland.
GS reageerde meteen: John Leerdam, nazaat van plantage-eigenaren, mocht leeglopen in Trouw. De aan de staatsruif verslaafde Leerdam heeft namelijk meer tijd nodig voor het slavernijmuseum. Zou 2030 worden, wordt nu 2033. U vindt 7 jaar nog een behoorlijke periode voor een museum? Trouw niet. Interviewer du jour vraagt er niet naar. Althans, de vraag 'Waarom is het slavernijmuseum uitgesteld?' wordt beantwoord met: "Je kunt niet door dit dossier heen rennen." Hier doelt John Leerdam hoogstwaarschijnlijk op zichzelf.
Jan Dijkgraaf in zijn dagelijks briefje aan John Boy: U gunt een ander ook iets. Geestelijke bijstand! ”Telkens als je denkt dat je het ergste hebt gehoord, hoor je weer nieuwe schrijnende verhalen. Sinds kort hebben we daarvoor Glenn Helberg ingeschakeld, een Curaçaos-Nederlandse psychiater.”
Van 71 jaar. Pensioengerechtigd. Maar als het bij u regent, mag het bij uw vrienden druppelen. Het mooiste aan dat Trouw-interview is dat u zélf bewijst wat voor ontzettende nagemaakte u nog altijd bent. U zegt: “Overal waar ik kom, beginnen mensen direct over het museum.” De verslaggever van Trouw vindt blijkbaar dat u wel genoeg gerateld heeft en vraagt droogjes: “Beginnen mensen daar niet gewoon over omdat u de directeur bent?” BAM! Dat vertelt eigenlijk het hele verhaal, meneer Leerdam.
Ik vrees met grote vreze dat alle narigheid die we de afgelopen jaren hebben meegemaakt met de tweedrachtzaaier Sylvana en de agenten-provocateurs en de subsidiejunkies van KOZP, BLM, Bij1 en Omroep Zwart tot een verschrikkelijke apotheose zal komen in het Nationaal Slavernijmuseum, het speeltje van de volstrekt incompetente subsidiespons Leerdam, die ik goed leerde kennen in mijn PvdA-tijd. De grapjes die ik hoorde van de gestaalde kaders van de partij, gingen (gelukkig) nooit over zijn kleur en zijn vermeende luiheid, maar altijd over zijn onkunde, zijn corpulentie en over zijn mysterieuze geaardheid. En hij lulde en lult vaak uit zijn speknek, zo bleek toen ik en Robbie Muntz voor ons bekroonde radioprogramma De Inburgerking met hem een afspraak hadden gemaakt in een bejaardencentrum in de Bijlmer. In huize Avondrood verbleven veel mensen van kleur en die hadden in de krant over de vieze flauwe nondescripte Hollandse pot geklaagd die daar dagelijks op hun bord werd gekwakt. Foodie en PvdA-bobo Leerdam wierp zich op als hun verlosser en zou ze toespreken in de ontspanningsruimte in het bejaardencentrum, waar het naar plas, zweet, lysol, klaverjassen en stukgekookte kool meurde. Hij kwam dus gewoon niet opdagen. Muntz en ik spraken het morrende publiek toe en maakten grapjes over de notoire punctualiteit van Antillianen en over het dieet van John en dat was leuke radio.
De politicus Leerdam (hij volgde Sharon Dijksma op, dat andere kamerolifantje) was een regelrechte ramp. In april 2012 werd Leerdam door gans Nederland uitgelachen nadat hij in het radioprogramma van Giel Beelen drie keer in een verzonnen verhaal trapte. Hij sprak bloedserieus over de niet-bestaande straatterrorist Jael Jablabla, reageerde op uitspraken (over asiel voor Bashar al-Assad) van de Israëlische oud-premier Ariel Sharon die al jaren in coma lag, en beweerde de muziek te kennen van een niet-bestaande band: Glen & The Kuckucks. Het gevolg: op 4 april 2012 stapte Leerdam op als PvdA-Kamerlid. Hij vond dat hij de geloofwaardigheid van zichzelf, de Tweede Kamer en zijn partij had beschadigd. Vervolgens leefde de goede man op subsidies voor zijn onzinprojecten, met een zeer opvallende uitzondering: zijn Stichting Julius Leeft! vroeg in Amsterdam voor de periode 2021-2024 een “bijdrage” van gemiddeld 237.000 euro per jaar in het kader van het Kunstenplan.
Die werd geweigerd! In Amsterdam! Dan moet je het wel heel bont maken!
Bij het AFK waren de kritiekpunten onder meer: Een zwakke artistieke beoordeling, een onrealistische begroting, een onvoldoende uitgewerkt marketingplan en een onvoldoende beoordeling van de uitvoerbaarheid. De commissie concludeerde dat de stichting niet voor subsidie in aanmerking kwam.
En de vleesgeworden Stichting Julius Leeft! heeft nu dus een portefeuille van 100 miljoen. What could possibly go wrong?
De taak die Leerdam op zich heeft genomen, is loodzwaar (pun not intended). De hele opzet van het museum is fout. De enorme hoeveelheid doekoes - in feite een blanco (pun not intended) cheque - die er in het museum wordt gepompt, is astronomisch. Werkelijk iedereen van kleur mocht de afgelopen tijd zeggen wat hij wilde, terwijl de makers nog geen idee hadden wat ze gingen doen. En nog steeds niet. En dan wil iedereen in ruil voor de steun voor plannen die er dus nog niet zijn, boter bij de vis. Logischerwijs zou een piepklein groepje specialisten zich over het museum moeten ontfermen, en niet iedere beledigde ooit tot slaaf gemaakte kleurling.
Wel is er een uiterst bemoeizuchtige raad van toezicht. De voorzitter is de volstrekt incompetente nietsnut Frank Weer-een-kind. Deze womaniser en wakaman staat eigenlijk hoofdzakelijk bekend om zijn prima zaad. Die haalt zeker de opening van het museum in 2050 niet.
Saillant detail: Leerdam zit in de architectenjury van zijn eigen museum. Hij is dus directeur-bestuurder van de museumstichting én jurylid bij de selectie van het ontwerpteam voor het museumgebouw. Die jury bestaat onder anderen uit de zwaargewichten Noraly Beyer, Gloria Wekker en ene Jennifer Tosch, de zus van Peter.
Ach, was Leerdam maar acteur geworden. Hij wilde 1982 naar de Toneelacademie Maastricht en daar werd hij ontmoedigd om acteur te worden. Vanwege zijn accent, zijn uiterlijk en zijn huidskleur zou hij weinig kans maken bij Nederlandse toneelgezelschappen. Daar heeft hij best wel een punt, want ooit interviewde ik Mike Ho Sam Sooi (dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn: 'Als ze een gekleurde acteur zoeken, kijken ze eerst welke kleurschakering ze nodig hebben. Ze kunnen kiezen uit drie mogelijkheden. Een echte zwarte met kroeshaar, geprononceerde neus en lippen - zeg maar het klassieke westerse beeld van een zwarte - of het bruinige type, dan wel het beige type. Van het eerste type zijn er in Nederland hoogstens twee: Dennis Rudge en Glenn Durford. Het bruinige type ben ik, het beige type is Kenneth Herdigein. ‘In eerste instantie wordt van je verwacht dat je de neger speelt - dat noem ik de historisch bepaalde rol. Tien jaar geleden verzette ik me daar nog fel tegen. Ik weigerde rollen als ik vermoedde dat ze zo maar een neger nodig hadden. Voor Medisch Centrum West heb ik in 1986 de rol van een broeder geweigerd. Ik zat toen nog in mijn revolutionaire periode. Donder op, dacht ik, neem maar iemand anders voor de rol van de serviele neger. Nee.
Wat het artistieke gehalte van het museum betreft (mocht dat dus ooit opengaan): in de schitterende documentaire White Balls on Walls van Sarah Vos zitten scènes met de Surinaams-Nederlandse kunstenaar en onderzoeker Charl Landvreugd, die in 2020 wordt aangesteld als Hoofd Onderzoek & Curatorial Practice bij het Stedelijk Museum. In het magazijn van het Stedelijk kijkt hij naar een prachtig portret van een naakte negerin, ik meen van Ludwig Kirchner, een briljante schilder die tot Die Brücke-groep behoort.
Landvreugd, die benadrukt dat hij géén diversiteitsmedewerker is, zegt op vals-nichterige toon dat het een waardeloos en slecht geschilderd doekje is, met de white gaze van de schilder. Tja. Wat Landvreugd wel mooi vindt is een winti-ritueel met allemaal stokjes en kruiden en hocus pocus. Je ziet vervolgens een roomblanke conservator, een hele valse Amsterdamse nicht, vol afgrijzen kijken naar de huisvlijt op de vloer van die ooit zo geweldige kunsttempel. Allerlei bobo’s van het museum, D’66 freules uit 020-zuid met parelkettingen, doen ook hun best het voodoo-gedoe “heel indrukwekkend” te vinden. Dat ongetwijfeld goedbedoelde kneuterige fröbelwerk (denk aan kerstkaarten gemaakt door voet- en mondschilders) kunnen we verwachten in het Nationaal Slavernijmuseum. Er zit een ziekmakende gutmensch-ondertoon in elk gesprek over dat museum in de media, om vervolgens de beledigde kleurlingen te kapitaliseren die daarna heel hard "genocide" mee gaan roepen. Misschien moet er in het Slavernijmuseum ook nog een holocaustvleugel komen, ter nagedachtenis aan de 6 miljoen (hee, wat een mooi rond getal) slachtoffers door de genocide van de Nederlandse slavenhandelaren.
Reaguursels
Dit wil je ook lezen
Toeren met een Touretter door de hel van Andalusië
Soep van de Week, tevens Stamcafé
Arthur van Amerongen - Komkommertijdkutverhaaltjes in de Halsemabode
Soep van de Week - tevens StamCafé
EUSSR-oekaze: falderappes mag niet langer op vliegvakantie naar het zonnige zuiden
Soep van de Week door Arthur van Amerongen, tevens: Stamcafé

