NL ziekenhuizen starten omstreden vorm van late abortus zonder medische indicatie "waarbij de foetus niet zelden levend ter wereld komt"
oef
Deze vorm van abortus tussen de 22 en 24 weken ligt zo gevoelig omdat het, zoals bij een aangeboren afwijking of een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de moeder, niet op medische indicatie is, maar op "sociale indicatie". En sociale indicatie komt er eigenlijk op neer dat de zwangerschap ongewenst is, om welke reden dan ook.
Het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) is begonnen met een pilot-programma, maar de gynaecologenberoepsvereniging Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) schrijft dat "de oproep aan ziekenhuizen (PDF) inmiddels heeft geleid tot belangstelling vanuit verschillende centra verspreid over het land." De oproep schrijft voor dat er onder dit pilot-programma "maximaal vier" van dit soort abortussen uitgevoerd zullen worden.
Maar goed, dan het pijnpunt: "‘Niet zelden’ wordt een foetus bij zo’n zwangerschapsafbreking levend geboren, stelt de NVOG," schrijft het Algemeen Dagblad. En dan rijst natuurlijk de vraag: hoe wordt een levend geboren kindje dan 'geaborteerd'? We zochten het op, en lazen in dit 'Modelprotocol Medisch handelen bij late zwangerschapsafbreking' (PDF) van de NVOG het volgende:
"Het postnatale beleid zal, in beginsel, bestaan uit het niet beginnen van levensverlengend handelen, waarbij in voldoende mate palliatieve zorg wordt verleend."
De voorkeur gaat echter uit naar zogeheten "foeticide" voordat het kind ter wereld komt:
"Foeticide kan op verschillende manier verricht worden, dan wel door het intracardiaal of intrathoracaal inspuiten van een medicijn met asystole tot gevolg, dan wel door middel van navelstrengcoagulatie. Het valt te overwegen om de foetus te sederen en pijnstilling toe te dienen voordat hiertoe wordt overgegaan." Een 'asystole' is een hartstilstand, en een 'navelstrengcoagulatie' betreft het dichtbranden van de navelstreng. Maar foeticide is dus niet altijd mogelijk.
De NVOG schat dat er in Nederland jaarlijks zo'n 225 late abortussen zonder medische indicatie plaatsvinden, waarbij de vrouwen daarvoor dan uitwijken naar Spanje, Engeland of sommige Amerikaanse staten. Volgens het ministerie van Volksgezondheid werden er in 2024 in Nederland in totaal 331 abortussen tussen de 22 en 24 weken uitgevoerd.
De NVOG erkent in het eigen vakblad over deze abortussen op enkel sociale indicatie "dat dat deze late abortussen een ‘aanzienlijke zorgzwaarte’ voor het zorgpersoneel kunnen opleveren. Maar de NVOG vindt ook dat het gaat om ‘wettelijk toegestane en noodzakelijke zorg‘ en dat deze zorg nu ‘tekortschiet’. En, benadrukken de auteurs: ‘Het gaat niet om grote aantallen, maar wel om zwangeren in een uiterst kwetsbare situatie.’ (...) Individuele personeelsleden zouden volgens een woordvoerder altijd mogen weigeren, maar het team heeft als geheel wel een zorgplicht. Verder is de pilot nog in de beginfase en wil het OLVG niets kwijt over de uitvoering ervan."
Toestanden.
